PETER PAN - SCENE 14
TERUG IN DE REALITEIT

(Het totale decor van Neverland verdwijnt. We zijn weer in de kleine wereld. De realiteit. Het tikken gaat door. Dan ziet WENDY TINKERBELL.)

TINKERBELL    
Was het fijn? Heerlijk hè. Ja de eerste keer is het allerfijnst. Dat is overigens niet met alles. (Kijkt haar vragend aan. Krijgt geen bevestiging.) Never mind.

WENDY    
(Gelukzalig kijkt ze voor zich uit.) What the fuck, wat was dit?

TINKERBELL    
Neverland.

WENDY    
Dit was fantastisch. De piraten, de indianenprinses, the Lost Boys.

TINKERBELL    
Sick he. Alsof je in een andere wereld bent. Geen sores aan je kop. Het is net alsof…

WENDY    
Alsof je in een spannend boek leeft. Zonder gecompliceerde dilemma’s. Geen ouders die aan je kop zeuren over… Wacht. Waar zijn mijn broertjes? Waar zijn Michael en Jane?

TINKERBELL    
In Neverland.

WENDY    
Ik moet terug.

TINKERBELL    
Is dat nou wel zo verstandig?

WENDY     
Ik heb mijn ouders beloofd op ze te passen. Hoe kom ik terug?

TINKERBELL    
(Houdt het zakje sterrenstof voor haar neus.) It’s a kind of magic.

(WENDY twijfelt. Maar besluit wat sterrenstof te nemen.)

LIED: NEVERLAND - REPRISE REFREIN  Loopt over in LIED: SNEUE MEID - REPRISE - ZEEMEERMINNEN
 

(Het tikken van de klok gaat nog steeds door. WENDY is onderwater met de ZEEMEERMINNEN. Ze wrikt zich los van haar belagers en komt boven water. Het tikken stopt direct. Peter helpt haar uit het water.)
 

PETER    
Haa hah! Was dat niet geniaal. Hoe die ouwe poederkwast erin trapte. (WENDY    geeft PETER een klap in zijn gezicht.) Wat doe jij nou? (Ze geeft hem nog een        klap.)

WENDY    
Ik had wel dood kunnen zijn!

PETER    
Dus?

WENDY    
Dus? Dan had ik hier niet meer gestaan… Vraag verdomme hoe het met me gaat.

PETER    
Hoe gaat het met je?

WENDY    
(Met een kwade toon.) Nou verbijsterend goed! Ook al ben ik net bijna vermoord    door éénentachtig Volendamse viswijven en ben ik mijn broertjes kwijt. 

 

PETER    
Ben jij je broertjes kwijt? Ik wist niet dat we verstoppertje aan het spelen waren.

WENDY    
Hè? Peter. Ik was ze net kwijt toen ik onder water was en weg was. Ik was net bij Tinkerbell en ik dacht dat ik hen kwijt was. Dat ik jou kwijt was.

TIJGERLELIE    
Kom. (Pakt PETER vast en rent weg.)

WENDY    
Oke. Ik was zeg maar heel kwetsbaar bezig. Wacht op mij.

(Allen af.)